
Met de publicatie van de Kaderrichtlijn Afval (WFD/2008/98/EG) eind 2008 werd het startschot gegeven voor het bekomen van een R1-status voor verbrandingsinstallaties die specifiek bestemd zijn om vast stedelijk afval te verwerken.
Die R1-status (status van nuttige toepassing!) wordt enkel toegekend aan installaties die volgens de formule uit de kaderrichtlijn voldoende energetisch efficiënt zijn . Aangezien deze formula vatbaar is voor verschillende interpretaties, werd door Europa een guidance document opgemaakt voor de berekening.
Op 2 maart 2011 vond de derde Algemene Vergadering van BW2E plaats op de site van Intradel/Uvelia in Herstal. Aansluitend lichtten vertegenwoordigers van de regionale autoriteiten (OWD, OVAM EN BIM) hun visie op de omzetting van de Kaderrichtlijn Afval (WFD, 2008/98/EG) toe. De focus werd gelegd op het grensoverschrijdend transport en het zelfvoorzieningsprincipe voor gemengd stedelijk afval.
BW2E gaf duidelijk aan dat er zowel binnen België als tussen de Europese lidstaten geen gelijk speelveld heerst doordat momenteel o.a.
Op haar 5de congres (1 en 2 juli 2010 te Antwerpen) kondigde CEWEP (Confederation of European Waste-to-Energy Plants) het lidmaatschap van BW2E (Belgian Waste-to-Energy) aan.
Met de toetreding van BW2E vertegenwoordigt CEWEP zowat 390 waste-to-energy installaties in Europa.
Vergunningen goedgekeurd!
Bionerga (Houthalen-Helchteren) bouwt tegen 2014 een nieuwe WtE-installatie van 200 000 ton vlak naast de bestaande installatie van 100 000 ton (die dan zal stilgelegd worden). Hiermee breidt de Vlaamse verbrandingscapaciteit uit met 100 000 ton. Met de geproduceerde energie zullen 38 000 gezinnen van elektriciteit en 3 900 gezinnen van warmte voorzien worden.
De vergunning voor de WtE-installatie van ISVAG (Wilrijk) werd met 10 jaar verlengd. Deze verlenging gaat niet gepaard met een verhoging van de capaciteit. De kortere vergunningsperiode van 10 jaar houdt ISVAG alert om steeds te kunnen inspelen op nieuwe technologische ontwikkelingen in de afvalverwerkingssector en actief te blijven zoeken naar betere alternatieven.